Home

  • Home
  • Dienstverlening
  • Werkwijze
  • Tarieven
  • Aanvragen
  • Marlous Bracke
  • Contact

Online juridisch adviesbureau

Contracten en algemene voorwaarden

Actualiteiten

  • Actualiteitenoverzicht
  • Actualiteitenarchief

Reclame op internet

13-07-2010 08:38

Arrest Europese Hof van Justitie, 8-7-2010

Portakabin verwijt Primakabin inbreuk op het merk "Portakabin" door gebruik van de zoekwoorden "portakabin", "portacabin" etc. Het Europese Hof heeft vragen beantwoord van de Hoge Raad over het gebruik van zoekwoorden bij zoekmachines. Aan de hand van de antwoorden op deze vragen dient de nationale rechter, met inachtneming van de omstandigheden van het geval, een uitspraak te doen.

De Hoge Raad heeft (verkort weergegeven) onder andere de volgende vragen gesteld:

- Indien een ondernemer (de "adverteerder") gebruik maakt van de mogelijkheid om een zoekwoord op te geven bij een internetzoekmachine dat gelijk is aan een door een ander (de "merkhouder") ingeschreven merk, welk zoekwoord tot gevolg heeft dat deze internetgebruiker die dat woord intikt, een verwijzing aantreft naar de website van de adverteerder, levert dit dan inbreuk op het ingeschreven merk op?

- Zo ja, in hoeverre kan de merkhouder het gebruik van dat zoekwoord verbieden?

Het Europese Hof heeft geoordeeld dat de relevante functies van tekens die gelijk zijn aan merken de reclamefunctie en de herkomstaanduidingsfunctie zijn. Met betrekking tot de reclamefunctie heeft het Hof vastgesteld dat het gebruik van een teken dat gelijk is aan een merk geen afbreuk aan deze functie kan doen. Van afbreuk aan de herkomstaanduidingsfunctie van het merk is sprake wanneer de advertentie het de normaal geinformeerde en redelijk oplettende internetgebruiker onmogelijk of moeilijk maakt om te weten of de waren of diensten waarop de advertentie betrekking heeft, afkomstig zijn van de merkhouder of een economisch met hem verbonden onderneming, dan wel, integendeel, van een derde. De nationale rechter dient te beoordelen of hiervan sprake is.

Voorts oordeelde het Hof dat de houder van een merk een adverteerder kan verbieden om op basis van een zoekwoord dat  gelijk is aan of overeenstemt met dat merk en dat door die adverteerder zonder toestemming van de merkhouder is geselecteerd in het kader van een zoekmachineadvertentiedienst op internet, reclame te maken voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor dat merk is ingeschreven, wanneer die reclame het de gemiddelde internetgebruiker onmogelijk of moeilijk maakt te weten of de waren of diensten waarop de advertentie betrekking heeft, afkomstig zijn van de merkhouder of een economisch met hem verbonden onderneming, dan wel, integendeel, van een derde.

De nationale rechter dient te beoordelen of de adverteerder zich op de uitzondering kan beroepen om aan dat verbod te ontkomen.

Een houder van een merk kan een adverteerder niet verbieden om - op basis van een teken dat gelijk is aan of overeenstemt met dat merk - reclame te maken voor de wederverkoop van waren die door deze houder zijn geproduceerd en door hem of met zijn toestemming in de handel zijn gebracht, tenzij een gegronde reden rechtvaardigt dat deze houder zich hiertegen verzet. Een gegronde reden zou kunnen zijn  het gebruik van dat teken dat de indruk wekt dat er een economische band bestaat tussen de wederverkoper en de merkhouder, of een gebruik dat de reputatie van het merk ernstig schaadt. De nationale rechter dient te beoordelen of sprake is van een gegronde reden.

 

 

zaak C-558/08

Ga terug

Bekijk hier alle actualiteiten

  • Disclaimer & Privacy Statement
  • Algemene Voorwaarden
  • News Feed