Eigendomsvoorbehoud belet geen opschorting van betaling
21-01-2011 11:23
sector kanton rechtbank Middelburg, 12-01-2011 (LJN BO 9772)
B heeft een reclame zeildoek met een oppervlakte van 180 m2 gekocht bij bedrijf A voor EUR 7.959,-. A heeft het doek in een frame laten plaatsen door C, bij X, de klant van B. Daarna heeft A het doek ook weer laten verwijderen door C. Tijdens het verwijderen is het zeildoek beschadigd.
B heeft EUR 6.835,21 aan A betaald, en heeft betaling van het restant opgeschort vanwege de beschadiging. A vordert betaling van het restant. A stelt dat B geen eigenaar is geworden van het zeildoek en beroept zich daarbij op het eigendomsvoorbehoud dat is opgenomen in haar algemene voorwaarden. A stelt dat met B is overeengekomen dat A een zeildoek plaatst en verwijdert bij C. Daarbij zou B niet hebben aangegeven dat hij het zeildoek na afloop in eigendom wilde behouden.
De kantonrechter overwoog dat de algemene voorwaarden van A een gewoon eigendomsvoorbehoud bevatten. Een eigendomsvoorbehoud is een zekerheidsrecht in dit geval ten behoeve van A, dat niet met zich meebrengt dat A het recht heeft met het zeildoek te handelen alsof het een eigen zaak was, alsof er geen verplichtingen van A jegens B zouden bestaan. De verplichting van A om het zeildoek te verwijderen diende zorgvuldig te worden uitgevoerd, aldus de kantonrechter. A heeft voorts betoogd dat B vooraf had moeten aangeven dat B het zeildoek na verwijdering in eigendom wilde behouden. De kantonrechter overwoog dat dat voor zich spreekt. In alle redelijkheid kon A niet volhouden dat een zeildoek met een waarde van ruim EUR 9.000,- zonder toestemming van B, jegens wie A de verplichting had en behield om de eigendom van het doek te leveren, in een vuilcontainer mag worden gedeponeerd, zo oordeelde de kantonrechter. A is aansprakelijk, omdat zij C heeft ingeschakeld.
B was nog geen eigenaar geworden van het doek door het eigendomsvoorbehoud, maar heeft wel schade geleden in haar recht op overgang van de eigendom van een onbeschadigd zeildoek. B was derhalve bevoegd de betaling van het restant op te schorten.
De vraag of de algemene voorwaarden van A toepasselijk zijn is niet relevant, aangezien het daarin bepaalde omtrent het eigendomsvoorbehoud niet belet dat een deel van de betaling wordt opgeschort, aldus de kantonrechter.
De kantonrechter concludeerde dat A schadevergoeding aan B dient te betalen. Na betaling van de schadevergoeding vervalt het recht op opschorting, en dient B alsnog het restant bedrag aan A te betalen.
Bekijk hier alle actualiteiten